zaterdag 18 mei 2013

KEES HERMIS - Geboorteklankbeeld



GEBOORTEKLANKBEELD

Het geschiedde in die dagen dat mensen
de deur naar boven hadden vergrendeld
met onwil, eigenwaan, het sleutelgat
onklaar gemaakt uit zucht naar macht
en meer.
Totdat hij op een nacht onaards werd los-
gewrikt. Een onzichtbare sluiswachter
tussen hemel en aarde draaide hem over
de vloer van de ruimte knerpend uit zijn
verdwaasde omklemming.
Er trilden sterren in de sponningen,
gebrul van oermoeders die leven baarden,
stemmen van engelen die mensen weg-
zongen uit de spookhuizen van ongezond
verstand, de malle krochten van bezit,
vermaak en onderbuik.
Een warme lichtgloed vloeide herders
en schapen tegemoet. In de magnetische
velden van Efratha werd Bethlehem
voor altijd op de kaart gezet.
Zij die het hoorden en zagen, aangeraakt
door geboortelicht, bewaarden dit
audio - visuele bericht voor hen die
na hen kwamen, op zoek naar leven
met de vrieskou van dood in het gezicht.


Uit: Samen op weg, december 1999



www.alberthagenaars.nl

JAN ENGELMAN - Kerstdroom



KERSTDROOM

De nieuwe baajerd rees, de zee beklom het land,
de bergen weken als een bataljon dat vlucht.
Een bloedwolk spoot omhoog en door onzichtbre hand
werd diep verziekt het zuiver water van de lucht.

Ik zocht in het Vaticaan, een zuil van ’t Parthenon:
verdwenen in de kolk en nu voorgoed voorbij.
Ik vluchtte, maar een web van as dat mij omspon
trok zere leden neer in walm en hete brij.

Verloren. Eindeloze droom en eindloos zwart
van walg en wanhoop, van vergeefsen haat.
De ziel bestaat. Droef zijn de weelden van het hart
dat overmaat geniet en zich te buiten gaat.

En zo vliet eeuw na eeuw, tot zich die ijle stem,
maar nieuw als levend water van een aanvangsbron,
uit duistre leegte losmaakt, zingend ‘Bethlehem!’
De slaper ademt flauw, hij went wat daar begon

en aan den binnenkant der ogen rijst het beeld:
een grot, een vrouw, een kind, een man die voer aandraagt
voor os en ezel en zijn stille pijn heelt
bij ’t kind, dat op de arme doeken van een maagd

zó glimlacht dat geen hoge hemel er bij haalt.
Het speelt met druiven of het pakt een malse borst
met handjes waar een paradijslijk licht op straalt
en kraait van vreugde luid vóór ’t gretig lest zijn dorst.

De wereld vaangt bij deze grot nog eenmaal aan
met wijsheid, die de eenzaat in zijn boeken leest,
met alle ijdelheid, met trots en blinden waan-
maar op die wieg strijkt neer de zwaluw van den Geest.


Uit: Verzamelde Gedichten



www.alberthagenaars.nl


PAUL GELLINGS - December



DECEMBER

Zwakke zon aan duisternis ontkomen,
over een blinde muur van tijd, maakt
van deze namiddag een ingekleurde
staalgravure. Okergeel de bomen
op het plein; hardroze de trottoirs.
Van korte duur dit stadsgezicht.
Maar puur zoals het, voor wij
hier kwamen wonen, ook al
eens geweest moet zijn.

Daarna het zwoegen van de winternacht
waarin gestommel van een laatste trein,
een hemel openscheurend met de kracht
van een geboorte. Voor onze deur alvast
drie koffers uit het oosten, onverwacht.



Uit: Antiek fluweel, Arbeiderspers, 1997.



www.alberthagenaars.nl

JAN VAN NIJLEN - Kerstmisviering



KERSTMISVIERING

In ’t klein café zitten nu tien personen,
’k heb ze een voor een zorgvuldig nageteld:
twee kruideniers, één visboer en zes zonen
van brave burgerlui met zeer veel geld.

Ze spelen kaart of dobbelen en praten,
ze zijn luidruchtig, stevig en gezond.
Moeder Fortuin zal nooit hun dak verlaten,
ze hebben huizen, aandelen en grond.

Ze zijn zo blij dat Christus is geboren,
en blijder nog, dat zij geboren zijn
«Minuit Chrétiens» de stalende englenkoren
zingen den lof van ’t leven en den wijn.

Ze zijn ten slotte niet onsympathiek
Die dwaze stumpers door hun tijd verblind.
-Wordt een van hen vandaag of morgen ziek,
dan schreit hij om zijn moeder als een kind.



Uit: Verzamelde Gedichten, Van Oorschot, 2003.


www.alberthagenaars.nl