donderdag 26 december 2013

ED. HOORNIK - Kerstmis 1915



KERSTMIS 1915

Soldaten bezetten het plein,
de sneeuw was tot hardsteen bevroren,
voor het standbeeld stond het kanon.

Bedroefd trad ik in de salon,
ik zag de boom met de kaarsen,
en de dode ster, die er glom.

Ik bemerkte niet, dat ik zong.
Herodes en de soldaten
waren schimmen op het balkon.



Uit: Verzamelde Gedichten
Meulenhoff, 1972



www.alberthagenaars.nl

zondag 17 november 2013

SIMON VESTDIJK - Eens in een stal waar dierenoogen fonkelden



MADONNA MET DE VALKEN

XLIV

Eens in een stal waar dierenoogen fonkelden,
Waar in hun door een ster geleid vertrouwen
Drie koningen het kind mochten aanschouwen,
Daar werd als een´ge van puurheid omblonkene

Zíj uitverkoren uit de vele vrouwen:
Gebenedijde, wonderbaar verdronkene
In ’t Licht dat zich vergietend in de donkerte
Wel kan doen lijden, maar niet kan verflauwen.

En na die keus werd zij nogmaals gekozen:
Een stal verschaft soms op de hemel rechten,
Het kruis droeg haar op bei zijn armen hoog.

Thans zit zij, boven ’t licht, zich te onthechten
Aan ’t onderscheid van doornenkroon en rozen
Dat nog op aard de zintuigen bedroog.



Uit: Verzamelde Gedichten
Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, 1987



www.alberthagenaars.nl

vrijdag 27 september 2013

JOB DEGENAAR - Bezoek aan een verre baby



BEZOEK AAN EEN VERRE BABY

Er stonden nog paarden in de wei
met simpele bedrading afgeperkt
van het zwarte bos rondom

over het veen scheen laag de zon
de wegen waren moddervet
de huizen arm aan kerstvertoon

We namen wijze standpunten in
over cultuur en levensvragen
zo beheersten we de wereld

tot we kwamen bij de wieg
en de stille geluidjes daar
buiten glansde de trekvaart na

Langs de ramen klom een oude
maan, een zendertje ontstak de lamp
en zette ons mooi te kijk

in onze erudiete ontoereikendheid
We praatten hard en dronken wijn
om elke twijfel vóor te zijn



Uit: Het Liegend Konijn, oktober 2008.



www.alberthagenaars.nl

zondag 22 september 2013

JOHANNA KRUIT - Foto bij kaarslicht



FOTO BIJ KAARSLICHT

Een onverklaarbaar ver geluid
joeg mij de zwarte kamer uit,

naar waar de maan haar witte licht
liet varen over mijn gezicht.

Terwijl de hele wereld sliep
leek het alsof een stem mij riep.

Ik zocht naar wat ik niet meer had,
en vond die avond onderdak.

Drie wijzen in vergeten zand
namen mijn bange, koude hand

en leidden mij door de woestijn
om dichter bij wat was te zijn.

Daar zag ik, stil van nietigheid
wie alles hier heeft voorbereid.

Het ongeloof op mijn gezicht
werd door een felle ster belicht.

Dit is voor eeuwig vastgelegd.
Hoe ik mij verder ook vergis.



Uit: Zeegrens - Gedichten 1980-2000, Uitgeverij WEL, 2011.
Foto auteur: Albert Hagenaars.



www.alberthagenaars.nl

ANONIEM - O eewige wijsheit, daer menigh jaer



*

O eewige wijsheit, daer menich jaer
Die oude vaders openbaer
Om riepen met penitencien swaer,
Ghy sijt ons nu gegeven.

O Adonay, o Heere groot,
Ghy hebt aensien ons groote noot,
En sijt in eender mager scoot
Als een cleyn kint gelegen.

O wortel van Yesse, want ghy sijt
Die suete weerde gebenedijt,
Daer God af Woude in deser tijt
Mensceliker natueren leven.

O sloetel heer davids ewich goet,
Ghy hebbet uwen grammen moet
Al gewandelt un oetmoet
En onsen val vergeven.

O blickende raey des hemels troon,
Ghy sijt die eeuwige sonne scoen
Ende eender puerder mager soen,
Daer hemel ende eerde voer beven.

O coninc des volcx, gelooft sydy,
Dat ghij ballinge maket vri,
Des moet u een yegelijc, wie hy sy,
Ewige glorie gheven.

O edel coninc Emanuel,
Wy weten allegader wel,
Dat ghy ons moecht ende niemant el
Die ewige glorie geven.



Uit: J.J. Mak – Middeleeuwse kerstliederen,
Utrecht-Brussel, 1948.

Afbeelding: Aanbidding der koningen van Abraham Bloemaert (1564 - 1651).



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 15 juni 2013

ANTON KORTEWEG - Donkere dagen


DONKERE DAGEN

Wit witje, zacht, bijna een jaar
tot barstens toe vertroeteld, vlak
voor kerst je uur vervuld. Ik was
gevlucht. Vanuit het zolderraam
zag ik je. Boven je, geheven,
de vaderhand. We gilden even.



Uit: De stormwind van zijn hand,
Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1975
.



www.alberthagenaars.nl

vrijdag 14 juni 2013

HANNIE ROUWELER - Kerststal



KERSTSTAL

De donkere dagen van december werden
door het licht van engelen gebroken.
We zagen het licht van een peertje dat boven
de kribbe hing als warmtebron, voor het kindje
Jezus. Mijn broer maakte uit waar de herders
moesten staan. Ik zette de drie koningen
naast elkaar achter de schapen, ezel en os.
In het nieuwe jaar was de kerststal niet meer hetzelfde.
Het hoofd van de herder, dat uit onze handen was gevallen,
intussen gelijmd. De schapen graasden op een andere plek
in de heilige weide van mos dat we uit het bos
gehaald hadden, in het donker. De boswachter
waakte over dennenbomen en mos en
diefstal was een zware kinderzonde in die dagen.
Het licht van de engelen met hun witte kleden gaf glans
aan elke voorspelling. Vrede. Dat niets meer breekt.
Dat elke geboorte een wonder is. Dat dit blijvend is.



Nieuwe Gedichten, Demer Press, (2e druk), 2009.



www.alberthagenaars.nl

ADRIAAN ROLAND HOLST - Kort voor Kerstmis



KORT VOOR KERSTMIS

Al wordt het buiten nergens wit en stil,
het maakt den ingekeerde geen verschil
als tegen Kerstmis maar binnen zijn ogen
de stilte langzaamaan weer sneeuwen wil.



Uit: Gedichten 1911-1976, Meulenhoff/Manteau, 2004.



www.alberthagenaars.nl

CATHARINA BOER - Kerstengel



KERSTENGEL

Uit verstening losgemaakt, zingt zij,
haar mond een –o- van onvolmaakt
en onbewogen, haar bewogen lied
van vergeten vrede.

Zie, verfijnde vingers bij de snaren
van haar harp, haar gelaat volmaakt
geëtst, maar verweerd nu door de jaren.
Mijn engel van eens, haar gruis verwaaid,
die al kleiner lijkt, veranderen
kan in het los zand van de tijd.

Ach, als zij verder slijt, zal haar ziel zich
uit haar diepste zijn bevrijden, zo vrede
uit chaos dient geslepen, wordt zij zichzelf,
slaat zij eindelijk haar vleugels uit,
voor het grote licht gemaakt. Ik wacht.



Eerst gepubliceerd als kerstkaart.
Foto auteur: Richard de Weert.


www.alberthagenaars.nl

ANONIEM - De dry herderkens



DE DRY HERDERKENS

of

Het Wonder Van Bergen


Daer gingen dry herderkens uyt om te jagen
Buyten de poorte van Bergen-op-Zoom.
Terwijl zy daer stonden,
Zy hebben daer gevonden.
Een nieuwgeboren kind.

Zy hebben het kleyne kind opgenomen,
Zy zyn daer mee naar d’herberge gegaan,
“Bazinne van de viere,
Tapt ons eene kanne biere.
Wy hebben daer gevonden
Een nieuwgeboren kind

De bazin heeft de kanne in haer hand genomen,
Zy is daer mee in dan kelder gegaan,
’t Bier was geschonken.
Maar ’t was nog niet gedronken.
Het biertje was verandert in rooden bloed.

De herderkens die in de kanne keken,
Zy zeyden : “Gij houdt den zot met ons”
”Wel Heeren ! zeyd zy. Heeren,
Gy moet alzoo niet zweeren
’t is een teeken van ons grooten God”

Zy hebben het kleyne kind aangesproken,
“Zijt gy van God, spreekt tegen my
Of zyt gy van den boozen?
Wilt toch by ons niet sprooken”,
’t Kind heeft zyn mondje wyd open gedaen.

’t Sprak dry woordekens achter malkander:
“Menschen, bekeert U, ’t is meer als tijd;
Want God die zal ons zenden
De straffe ven ellenden:
Oorlog, peste en dieren tyd”

’s Nachts, omtrent den elven of ten twelven
Daer kwamen dry mannen in het lochtgedruys
Den een’ met een roede,
Den and’ren met zyn zweepe
Den derden met zyn dierbaer kruys.

God wilde de straffe in de locht verkonden
Groote hagelsteenen zynder gevallen,
Tusschen regen en sneewe.
De hagels die daer leen,
Ze woegen ze in de schale, ieder
Woeg een vierendeel



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 18 mei 2013

KEES HERMIS - Geboorteklankbeeld



GEBOORTEKLANKBEELD

Het geschiedde in die dagen dat mensen
de deur naar boven hadden vergrendeld
met onwil, eigenwaan, het sleutelgat
onklaar gemaakt uit zucht naar macht
en meer.
Totdat hij op een nacht onaards werd los-
gewrikt. Een onzichtbare sluiswachter
tussen hemel en aarde draaide hem over
de vloer van de ruimte knerpend uit zijn
verdwaasde omklemming.
Er trilden sterren in de sponningen,
gebrul van oermoeders die leven baarden,
stemmen van engelen die mensen weg-
zongen uit de spookhuizen van ongezond
verstand, de malle krochten van bezit,
vermaak en onderbuik.
Een warme lichtgloed vloeide herders
en schapen tegemoet. In de magnetische
velden van Efratha werd Bethlehem
voor altijd op de kaart gezet.
Zij die het hoorden en zagen, aangeraakt
door geboortelicht, bewaarden dit
audio - visuele bericht voor hen die
na hen kwamen, op zoek naar leven
met de vrieskou van dood in het gezicht.


Uit: Samen op weg, december 1999



www.alberthagenaars.nl

JAN ENGELMAN - Kerstdroom



KERSTDROOM

De nieuwe baajerd rees, de zee beklom het land,
de bergen weken als een bataljon dat vlucht.
Een bloedwolk spoot omhoog en door onzichtbre hand
werd diep verziekt het zuiver water van de lucht.

Ik zocht in het Vaticaan, een zuil van ’t Parthenon:
verdwenen in de kolk en nu voorgoed voorbij.
Ik vluchtte, maar een web van as dat mij omspon
trok zere leden neer in walm en hete brij.

Verloren. Eindeloze droom en eindloos zwart
van walg en wanhoop, van vergeefsen haat.
De ziel bestaat. Droef zijn de weelden van het hart
dat overmaat geniet en zich te buiten gaat.

En zo vliet eeuw na eeuw, tot zich die ijle stem,
maar nieuw als levend water van een aanvangsbron,
uit duistre leegte losmaakt, zingend ‘Bethlehem!’
De slaper ademt flauw, hij went wat daar begon

en aan den binnenkant der ogen rijst het beeld:
een grot, een vrouw, een kind, een man die voer aandraagt
voor os en ezel en zijn stille pijn heelt
bij ’t kind, dat op de arme doeken van een maagd

zó glimlacht dat geen hoge hemel er bij haalt.
Het speelt met druiven of het pakt een malse borst
met handjes waar een paradijslijk licht op straalt
en kraait van vreugde luid vóór ’t gretig lest zijn dorst.

De wereld vaangt bij deze grot nog eenmaal aan
met wijsheid, die de eenzaat in zijn boeken leest,
met alle ijdelheid, met trots en blinden waan-
maar op die wieg strijkt neer de zwaluw van den Geest.


Uit: Verzamelde Gedichten



www.alberthagenaars.nl


PAUL GELLINGS - December



DECEMBER

Zwakke zon aan duisternis ontkomen,
over een blinde muur van tijd, maakt
van deze namiddag een ingekleurde
staalgravure. Okergeel de bomen
op het plein; hardroze de trottoirs.
Van korte duur dit stadsgezicht.
Maar puur zoals het, voor wij
hier kwamen wonen, ook al
eens geweest moet zijn.

Daarna het zwoegen van de winternacht
waarin gestommel van een laatste trein,
een hemel openscheurend met de kracht
van een geboorte. Voor onze deur alvast
drie koffers uit het oosten, onverwacht.



Uit: Antiek fluweel, Arbeiderspers, 1997.



www.alberthagenaars.nl

JAN VAN NIJLEN - Kerstmisviering



KERSTMISVIERING

In ’t klein café zitten nu tien personen,
’k heb ze een voor een zorgvuldig nageteld:
twee kruideniers, één visboer en zes zonen
van brave burgerlui met zeer veel geld.

Ze spelen kaart of dobbelen en praten,
ze zijn luidruchtig, stevig en gezond.
Moeder Fortuin zal nooit hun dak verlaten,
ze hebben huizen, aandelen en grond.

Ze zijn zo blij dat Christus is geboren,
en blijder nog, dat zij geboren zijn
«Minuit Chrétiens» de stalende englenkoren
zingen den lof van ’t leven en den wijn.

Ze zijn ten slotte niet onsympathiek
Die dwaze stumpers door hun tijd verblind.
-Wordt een van hen vandaag of morgen ziek,
dan schreit hij om zijn moeder als een kind.



Uit: Verzamelde Gedichten, Van Oorschot, 2003.


www.alberthagenaars.nl

vrijdag 19 april 2013

JAN KOSTWINDER - Eldorado naderen



ELDORADO NADEREN

I

Zo stonden we ooit bij kerstboomvuur,
een kleumend troepje jongens.
Iemand sleepte een blik benzine aan.
Alle ogen waren op de vlammen gericht:
niemand sprak een woord.

In het schijnsel zagen we onszelf.
Dreigende woorden dreunden onophoudelijk
in ons hoofd – duister, onbegrepen.
Ik zou ze op willen delven.

In één uur werden we zeven jaren ouder –
om graf te worden, wachtende grond.

Meer kerstbomen, hout uit verlaten huizen.

Nog steeds werd er geen woord gesproken.



Uit: Alles is er nog - Verzamelde gedichten, Thomas Rap, 2003.
Foto: Lai Lai Hui.




www.alberthagenaars.nl


donderdag 11 april 2013

PATTY SCHOLTEN - Egypte




EGYPTE

Het is kerstmorgen in de Sinaï.
Een bedoeïen passeert met zijn kamelen,
die kijken of ze zich enorm vervelen.
Hij rijdt op een, er deinen er nog drie.

De stal is hier dichtbij in theorie.
Naast me de Rode Zee en golven spelen
landpikkerje: de oude rituelen
van mijn en dijn. Ik schrijf wat poëzie.

Ik weet wat in het glazen water wacht:
een onderzeese kribbe van koralen.
Drie koningsbaarzen tonen goud, smaragd.

Er wuiven zeewaaiers van filigraan.
In deze wereld kan ik nooit verdwalen:
een zeester wijst de goede richting aan.



www.alberthagenaars.nl

donderdag 28 maart 2013

CHRISTINA GUIRLANDE - Kinderkerst




KINDERKERST

Vier weken voor Kerstmis, de eerste zondag
van de wachtende advent. Dat Hij zou komen
telden we in weken, uren, sneeuwverhalen,
in avonden die almaar langer duurden.

Er was geen licht in huis dan van de kaars
die nevels walmde om ons ongeduld. En
buitenshuis bleef alles aardedonker, het licht
verbannen naar een verre tijd.

Dan werd de boom gezet: een dennentak
in een klomp klei, met glazen vogeltjes
en echte lichtjes opgetuigd. Ernaast
een emmer voor een nog te blussen brand.

De stal, -zonder het Kind-, Maria, Jozef,
de gedweeë dieren, een herdertje met een
gebroken been, een voorzaat van het toen nog
ongekende Herdertje van Pest.



'Het herdertje van Pest' waar ik naar verwijs is een berijmd verhaal (104 strofen van 6 regels) van Anton Van Wilderode. Dat herdertje beschrijft de Hongaarse opstand van 1956. Ik bedoel met die laatste strofe van mijn gedichtje over mijn Kinderkerst in oorlogstijd dat er jammer genoeg altijd 'herders' (dichters?) zullen moeten vertellen over onvrede en oorlog.
http://users.skynet.be/guirlande



www.alberthagenaars.nl

dinsdag 19 maart 2013

PHILIPPE CAILLIAU - Met kerst was het behang




MET KERST WAS HET BEHANG

Met kerst was het behang te vuil.
Dus moest dringend papier gekocht.
Er was wat sneeuw – die werd geruimd.
De boom met vuur en drift en gloed:
het leek de feestverlichting wel.

De gele vlam kon bij het lint en liet,
als waren het sacrale broodjes zonder wijn
of vis, het droge pakpapier wat knapperen.

Eén emmer water en: weg narigheid. De tijd te
heet, te koud, een schreeuw te goor voor woorden.
De sponde zonder stro. Een kribbe zonder.

Decembermaand: behang te grijs. Elk jaar
met kerst opnieuw te grijs. Voor onbegonnen
werk waren papier en fikse ruzie klaargestoomd.
Geslepen werden scharen tot ze degens
waren. Elk scheldwoord moest tot enkelvoud
versneden: die dag bekroop hem niet
de lust tot pappen of tot lijmen.

Met kerst hingen, tot nader order rimpelig,
zijn ballen weer halfstok. Door trammelant
was toch de gasverwarmer droog geblazen.

Gewetensvol mat hij een gat voor elke spijker.
Op deze dag van vredigheid versierde hij
zijn kerkse hals met rode slingers en verborg
de enterhaak waaraan hij ‘t liefst gehangen had.



Foto auteur: © Albert Hagenaars, 2013.

www.alberthagenaars.nl

woensdag 6 maart 2013

VICTOR VROOMKONING - Drie koningen



DRIE KONINGEN

Ik loop nog eenmaal om het lege
huis, kijk naar binnen. Zie ik
jou daar knielend naast Caspar-
met-de-zevenmaalgelijmde-kop?

Elke dag liet je ze dichter bij
het kind, jij was hun ster.
In drie weken trokken ze van
zolder met je mee via serre

naar de kribbe op de kast. Je geloof
lag in je daden. Met tafelkleed,
gordijnen, moeders onderrok, trans-
formeerde jij ons tot wijzen.

Verbeelding krijgen kinderen van
vaders die kinderen van vaders bleven.



Uit: Ommezien, De Arbeiderspers, 2008.
Foto: bewerking van een opname van Harrie Lagarde.


www.alberthagenaars.nl

ALBERT HAGENAARS - Winter 2003



WINTER 2003

Takken worden balken in vaders kerststal
op het dressoir en het riet van zijn dak
dat we zwijgend in de polder sneden
biedt zekerheid voor alle vragen van later.

De herders staren naar moeder in de keuken,
als een moeder gelukkig voor vele nieuwe jaren,
onwetend van haar kalmerende kanker, die onze
nooit gevoerde gesprekken nog steeds verdiept

En de koningen, elk gedreven door eigen angst,
verhalen van een ster maar bedoelen troost.
Het meest weten de beesten, alleen zij nemen
net als het kind waar wat werkelijk voorvalt:

hoe uur na uur, eeuw na eeuw, een dunne laag
woestijnzand zich op de kribbe afzet, zand
uit het tweestromenland, rood en plakkerig,
van duizend verlangens en dat ene.



Uit: Drijfjacht, Doorgeverij Zinderend, 2005.
Foto auteur: Siti Wahyuningsih.


www.alberthagenaars.nl

vrijdag 8 februari 2013

HANS MELLENDIJK - Tweeduisterzone



TWEEDUISTERZONE

A12, Duiven, 23 november 2010


In zone van het tweeduister
file trekt langzaam huiswaarts,
vanuit rechter ooghoek
galmgaten hoog uitgelicht.

Kerktoren op industrieterrein,
minaret voor zoekende muzelman?
Ik zag de helgele M op paal
in eeuwenoude tempeltraditie.

Haast u naar het gebed,
haast u naar het welslagen.

[Marcus 10:14]
Laat de kinderen tot Mij komen.

[Matthéüs 6:11]
Geef ons heden ons dagelijks brood.

[Johannes 6:35]
Ik ben het brood des levens.

Mmmmmmmmmm,
Big Mac
Quarter Pounder
Mc Chicken
Big Tasty Bacon
Chicken Mc Nuggets
Filet-O-Fish
Groenteburger
Mc Kroket
Cheeseburger.

Heilige Drie-eenheid:
Coca Cola, Kerstman
& Ronald McDonald.

Happy Meal
Happy X-mas
Happy X-Mac.

Ik ben een hamburger.



Gepubliceerd op: Hoe vliegt de tijd, november 2010.



www.alberthagenaars.nl

FRANS TERRYN - Haiku / Senryu



*
Vanaf het doksaal
ontroert een pril sopraantje:
Susa nina ...



*
Mijn zoontje twijfelt:
de kerstman lacht even luid
als onze buurman.



*
Het laatste pakje.
Hoe wist de kerstman, opa,
dat je whisky lust?



Uit: 100 Haikoe over kerst en Nieuwjaar.
Haikoe-kern Antwerpen, 2005.



www.alberthagenaars.nl