zaterdag 15 april 2017

PAUL SNOEK - O kerstnacht, schoner dan de dagen




O KERSTNACHT, SCHONER DAN DE DAGEN

Voor Eddy van Vliet

Terwijl Herodes in zijn eerste tent
in het bewaakte vluchtelingenkamp
een bord gekookte groenten eet
met wat brood en wat water,
blijft plotseling de felle lichtstraal
van de uitkijktoren stil staan
als destijds de ster.

De prikkeldraad wordt door het helder licht
als met sneeuwkristallen verzilverd
en de lopen van de mitrailleurpistolen glanzen
geolied door de stilte en de nacht.

En op hetzelfde ogenblik in de feestzaal van Hilton,
afgehuurd door Bethlehem Steel,
brengen zeven jonge kelnerinnen,
in blote engelen verkleed,
het kerstgebraad op gouden schotels aan.

De maagd Maria kiest de beste hapjes
en propt een voetje in haar mond.
Jozef, haar gemaal, schuift de armpjes
als kippeboutjes heen en weer tussen de tanden
en groet onderwijl zijn goedgunstige gasten
met een rustige glimlach.

Drie Koningen uit de onderwereld
rukken met hun kiezen van achttien karaat
het zachte vlees van de ribjes
en zuigen uit de broze wervels
het nog prille merg.

En terwijl Sinatra staat te janken van:
I’m dreaming of a white Christmas,
vreten aan de verste tafel
de dikke herders van Chicago
het levertje op en na de zoete ingewanden
de niertjes en ja,
ook het kleine hart van Jezus.



Uit: Gedrichten.
Uitgeverij Manteau, 1972.



Zie ook:

Nederlandse gedichten in het Indonesisch, vertaald door Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars

Poëziekritieken, gepubliceerd op De Verborgen Hoek


www.alberthagenaars.nl


donderdag 15 december 2016

ALBERT HELMAN - Reisbrief




REISBRIEF

Van onze correspondent

Hier, waar 't met Kerstmis zomer is
en 't vogelkwelen vromer is
dan 'Stille Nacht' of 'Kyrie-eleis',
heb ik weer eens aan 'ginds' gedacht
en voor een keer in vers gebracht
wat dient gezegd artikelwijs.

Al past het ook niet voor de krant,
men gun' wat aan een vaste klant
en aan zijn eigenaardigheid.
Ik ben poëtisch aangedaan
-wat 'mexicaans' welteverstaan-
zij 't slechts met proza-vaardigheid.

Toch is zo'n Kerstmis zonder kou
en zonder sneeuw, met hemelblauw,
iets anders dan het feest 'daarginds',-
iets als een doordeweekse dag
met veel rumoer en dom gelach;
verdrietig toch, al lijkt het kinds.

De Mexicaan maakt krib noch stal,
want hier is meestal het geval
dat de indio veel slechter huist
dan os of ezel 't elders doet,-
wijl hij zijn strohut delen moet
met al het vee dat hem verluist.

En van een kerstboom komt niet veel;
te schamel is het aardse deel
van wie 't niet bracht tot Generaal;
want is men hier niet welgesteld,
dan koopt men voor hetzelfde geld
een maandlang zich een middagmaal.

De rijken hebben ze ingericht
van blik, en met electrisch licht;
dat geeft de ware stemming niet.
Zo'n veramerikaanste den
maakt dat ik liever eenzaam ben
en van de kale muur geniet,

terugdenk aan zo menig feest
dat knus, intiem, blij is geweest.
De kachel snorde, iemand zong,
de kaarsjes brandden tussen 't groen;
bezoek, geschenken, en een zoen,
geur van gebraad dat binnendrong...

Zo gaat het als je ver van honk
je leven aan het zwerven schonk;
dan zie je veel en mis je veel.
Al reis je ook de wereld rond,
daarvoor betaal je 't volle pond.
Ach, kerstmis maakt sentimenteel...

Dit is geen Kerstmis. 't Is een dag
als iedere andere. Loop en lach
en doe als weet niets ervan.
Straat-in, straat-uit. Verveel je dood.
Je ontmoet misschien een lotgenoot
en houdt je groot: "Kom, wees een man!"

De kroeg die je thans binnengaat
(op een gewone dag versmaadt)
is druk nu, en een oord van troost.
'Daarginds', zit men gezellig thuis
en kluift een kerstgans als een struis,
men keuvelt en men minnekoost.

Hoor...de marimba in de straat
speelt 'La Paloma' zonder maat.
Dat lied zong men voor jaren al,
toen ik een kleine jongen was,
Mama een kerstverhaal voorlas
en 'Stille Nacht' zong bij de stal.

Hoe burgerlijk, hoe religieus...
"Kom, wees een man!" is nu de leus...
Bij God, ik bleef nog steeds een kind.
Met Kerstmis schijnt zo menigeen
weer kind te worden als voorheen,
wijl men terugdenkt en bezint.

Wijl het verleden plots weer trekt
en de eenzaamheid herinnering wekt
en gaarne idealiseert.
Thuis was het ook geen koek en ei;
in Holland leef je vrij en blij
zolang je maar niet rebelleert,

maar als je met een dwarse kop
de brui eraan geeft, is een strop
of weggaan nog je laatste keus.
Ik koos het laatste, ben nu hier;
een gek die denkt: voor mijn plezier.
Verbanning is 't -dat meen ik heus.

En niet omdat het Kerstmis is
en ik de warme pudding mis
of tussen Mexicanen loop,
zie ik het zo; en morgen weer
als was 'k opnieuw de trotse heer
die wegholt van de grote hoop.

Ik voel me werkelijk heel klein.
Het moet “daarginds” heus beter zijn.
Maar enkel heden, - zónder mij.
Zo is de mens. Waar hij niet is,
wacht zijn geluk; en waar hij is
loopt hij het achteloos voorbij.

Zodat ik maar besluit vandaag
een stuk te drinken in mijn kraag
en te vergeten wat ik ben:
een zwerver zonder Kerst of krans,
geen lied, geen lief, geschenk noch gans,
noch stal, noch kaarsenlicht, noch den.

Vergeten dat in Mexico
haast iedere moeder baart op stro
en in een wankele augiasstal.
’t Is haast voorbij. Vrede op aard…
Het is de borrel nauwelijks waard,
‘k ben maar een alledaags geval.

Het gekke is, dat millioenen net
als ik nog naar wat kerstmispret
gehunkerd hebben als een kind.
De Kerstman? Hij is een soldaat.
Voor ’t nieuwe jaar een handgranaat
is wat je aan de kerstboom vindt.

Daarom is het oprechter zo,
om Kerstloos als in Mexico
het leven op te vatten.
Er is geen hoop op vrede meer.
In Holland is het hondenweer.
Nu ga ik mij bezatten.


Uit: Verzamelde gedichten.
Orion-Colibrant, 1979.
Foto: Onbekend



www.alberthagenaars.nl


zaterdag 22 oktober 2016

WIM DE VRIES - Geboorte




GEBOORTE

Ik ben in een bedstee
geboren en lag als
Jezus in een krib.
Geen ster die mijn verblijfplaats
wist, geen
engel en geen herders
om te waken.
Geen mens die op bazuinen
blies.
Er was alleen de dokter
met de rekening, de baker
met het lauwe water.
En weer een dagje later
stond ik geboekt als
WIM DE VRIES.


Uit: Zo vaak heb ik haar gedroomd - Verzameld Werk.
Uitgeverij Liverse, 2016.
Foto: Onbekend



www.alberthagenaars.nl


zondag 6 december 2015

ANTON KORTEWEG - Ons huis




ONS HUIS

Ons huis is blauw en ligt vlak bij een singel.
Eén kamer is geheel voor mij alleen.
Ik kijk het donker in en zie drie lichtjes.
Je denkt toch niet dat ik daaraan geen hoop ontleen?


Uit: Ouderen zijn het gelukkigst en alle andere gedichten van 1971 tot nu. Meulenhoff, 2015.
Foto: Siti Wahyuningsih, juni 2014.



www.alberthagenaars.nl


vrijdag 13 november 2015

ROXANA DONCU - Op Kerstavond




OP KERSTAVOND

“Papa, papa,” schreeuwt een goudgelokte jongen
In wiens ogen onwetendheid zoveel vragen oproept
“Waar zijn we?”

Ik zit weer bij de vijver te zonnen
Dorstig koudbloedig reptiel dat ik ben.
Licht verschuift in warme lijnen op de brug
Waaronder geen boot voorbij vaart.

Apa arde. Water brandt in mijn moedertaal,
De jongen ziet de boot.
Niet geankerd, maar geparkeerd,
Als papa een woord mist.

“Ge-pa-keed papa” echoot hij trots
Op wat hij weet.
“Dit zijn de dokken”, gaat papa verder,
Vergenoegd een leraar
Voor zijn zoon te kunnen zijn.

Spoedig zal Vadertje Kerstmis aankomen
Rustig varend in zijn zwaanvormige boot
Voortgestuwd door dolfijnen.

Hij komt van over de grote Wateren van het Zijn
Een oceaan ver verwijderd,
Zacht schommelend onder de sterrenhemel.

In een taal die nog niemand heeft geleerd,
Noch vader, noch zoon
Zal hij een verhaaltje onder elk kussen schuiven
Bedoeld voor in de dromen.

“Papa, papa” schreeuw ik over de vijver tot het niets,
“zal je jouw verhaal aan mij vertellen?”



On Christmas Eve, translated by Roxana Doncu herself from Romanian.
Nederlandse vertaling: Albert Hagenaars



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 31 oktober 2015

HILDE KETELEER - Een kerstgedicht voor bossen en politici



EEN KERSTGEDICHT VOOR BOSSEN EN POLITICI

Net zo min als glühwein gloeit (sterren in de nacht, die wel)
En een rendier rent (over het poolijs, nee toch)
Is het moeilijk te geloven in het zogenaamde politieke spel.
Spelen, in een bos bijvoorbeeld, doen ze dat nog?



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 19 september 2015

WILFRIED ADAMS - Schicklgruber



SCHICKLGRUBER

1. (Bij wijze van kerstwens)

Alsof het nog 1888 was.

Alsof niet het gas en de lijken
in de groeve tot krengen bijeengelogen,
starend met grote bijstere ogen
die omhoog die éne ster blijven zien.

Alsof niet ras en gas en as,
niet het vlees verschrompeld aan de knoken,
niet huid en haar, niet het uitgebroken
goud van honderdduizenden tanden.

Alsof ik van je houden kon.
Alsof ik mijn eigen laf geblaf niet kende,
Mijn bladderende tong, ontbladerde stem.

Alsof het sneeuw en kerstmis was
in Braunau am Inn, 1888.



2. (Bij wijze van voetnoot)

Vier maanden na kerstmis, 20 april
1889, schonk in Braunau
Klara, de derde vrouw van Alois

     - een choleriek beambte der douane,
     onwettig kind van Anna Schicklgruber,
     die als dienstmeid in Graz had ingewoond
      bij Frankenberger, een joods advocaat –

schonk in Braunau de zachte Klara Pölzl,
nichtje en derde vrouw van Alois,
na drie heel jong gestorven kinderen
het leven aan een welgeschapen zoon.

     Ze streelde, kuste, wiegde hem en zong:
     “Adolfchen, mein Delphinchen, starker Wolf”.


Met name, Uitgeverij P, 1997
Foto dichter: Bert Bevers


www.alberthagenaars.nl